Waarom valt de overgang uit de topsport de ene atleet zwaarder dan de andere, en wat helpt om er sterker uit te komen? Die vraag staat centraal in ons onderzoek. Een sterke atletische identiteit, het gevoel dat “ik ben atleet” de kern is van wie je bent, is tijdens een carrière een troef: ze voedt motivatie, doorzettingsvermogen en prestaties. De keerzijde toont zich pas bij het afscheid, net omdat die identiteit zo centraal stond. Hierbij rijst dan regelmatig de vraag: “wie ben ik zonder mijn sport?” We wilden begrijpen hoe dat precies werkt, en welke rol de groepen in iemands leven daarin spelen.
Voor onze eerste grote studie analyseerden we de antwoorden van 215 oud-topsporters (Haslam et al., 2021). De groep was overwegend Europees: ongeveer 63 procent kwam uit België, aangevuld met atleten uit Nederland, Italië, Spanje, Australië en Duitsland. Bijna zes op de tien waren vrouw, de gemiddelde leeftijd was zo’n 29 jaar (van 16 tot 48), en de meesten hadden op internationaal niveau gepresteerd. Ze waren gemiddeld een drietal jaar gestopt, na een sportcarrière van gemiddeld zestien jaar. Het ging om atleten die door hun federatie erkend werden als (semi-)elite, over een brede waaier aan sporten.
Met vragenlijsten brachten we vier zaken in kaart: in welke mate atleten een verlies van hun atletische identiteit ervoeren; welke groepen ze in hun leven hadden (en of ze die behielden of nieuwe opbouwden); twee psychologische hulpbronnen, namelijk het gevoel dat hun leven betekenis had en het gevoel zelf controle te hebben; en ten slotte hun welzijn, gemeten via levenstevredenheid, depressieve klachten en ervaren gezondheid. We vroegen ook hoe hun afscheid was verlopen: was het hun eigen keuze, hadden ze het voorbereid, en kregen ze begeleiding?
Om na te gaan of onze bevindingen ook buiten Europa standhouden, herhaalden we de studie bij een tweede groep van 183 oud-topsporters uit China (gemiddeld bijna 30 jaar, ongeveer de helft vrouw, gemiddeld zo’n zeven jaar gestopt). Zo konden we testen of dezelfde patronen opgaan in een heel andere culturele context.
Het beeld was veelzeggend. Ruim drie kwart van de atleten, ongeveer 77 procent, gaf aan een verlies van de atletische identiteit te ervaren. Dat verlies hing rechtstreeks samen met hun mentale gezondheid: hoe groter het identiteitsverlies, hoe meer depressieve klachten.
Ook de manier waarop atleten afscheid namen, baart zorgen. Acht op de tien gaven aan dat stoppen hun eigen beslissing was, maar twee op de tien voelden zich gedwongen of onder druk gezet. En hoewel het om een ingrijpende levensovergang gaat, was de voorbereiding vaak minimaal. Slechts vier op de tien atleten had de overstap op een betekenisvolle manier gepland, en amper één op de tien kreeg vooraf advies of ondersteuning.
Bij de Chinese atleten lag de vrijwilligheid zelfs nog wat lager: amper drie op de tien stopten volledig uit eigen beweging.
De belangrijkste boodschap van deze studie is er een van hoop. Het verlies van de atletische identiteit ondermijnt het welzijn vooral doordat het twee psychologische hulpbronnen aantast: het gevoel dat het leven betekenis heeft, en het gevoel zelf controle te hebben. Maar net daar bieden groepen tegengewicht. Zowel het behouden van bestaande groepen als het opbouwen van nieuwe groepen bleek de negatieve gevolgen van identiteitsverlies te bufferen. Atleten die hun sociale verbondenheid op peil hielden of uitbreidden, rapporteerden meer levenstevredenheid, minder depressieve klachten en een betere ervaren gezondheid.
De grote lijnen kwamen in beide culturen terug, wat erop wijst dat het hier om een breed menselijk mechanisme gaat. Het fijnmazige samenspel, waarbij behouden groepen vooral het gevoel van controle voeden en nieuwe groepen vooral betekenis geven, kwam het duidelijkst naar voren bij de Chinese atleten.
Al deze bevindingen passen samen in één theoretisch kader: het Social Identity Model of Identity Change (SIMIC). Dat model verklaart hoe een ingrijpende levensovergang het welzijn beïnvloedt via de groepen waartoe iemand behoort. Wie de topsport verlaat, verliest niet alleen een identiteit, maar vaak ook de groepen die daaraan vasthingen, en net dat zet het welzijn onder druk (de rode pijl in de figuur). Wie daarentegen meerdere groepen heeft, de waardevolle behoudt én nieuwe opbouwt, houdt het welzijn op peil doorheen die overgang (de groene paden). Precies op die paden grijpt het More Than Sport programma in.

Het Social Identity Model of Identity Change (SIMIC).
Cijfers vertellen niet het hele verhaal. In een verdiepende studie spraken we uitgebreid met 21 succesvolle oud-topsporters over hoe zij hun identiteit opnieuw vormgaven (Haslam et al., 2024). De gesprekken werden geanalyseerd met reflexieve thematische analyse, een methode die op zoek gaat naar de terugkerende, betekenisvolle patronen in wat mensen vertellen.
Daaruit kwamen drie thema’s naar voren. Ten eerste bleek identiteit niet alleen het afscheid te kleuren, maar ook de prestaties tijdens de carrière. Ten tweede verschilde de manier waarop atleten met het identiteitsverlies omgingen sterk: wie zichzelf als “meer dan zijn sport” zag en ook andere rollen had, paste zich vlotter aan dan wie volledig in de sport was opgegaan. En ten derde lieten de gesprekken zien hoe atleten hun identiteit opnieuw verankeren: sommigen gingen actief op zoek naar een nieuwe identiteit, anderen gaven bestaande rollen een nieuwe betekenis. Dit proces vormt de kern van het Social Identity Model of Identity Change, het model dat de basis legt voor het More Than Sport programma.